Hola, Buen Camino!

IMG_1558.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8Piep, piep, piep. In het holst van de nacht hoor ik Iphone geluiden die aangeven dat het tijd is om op te staan. Overal om me heen in de slaapzaal hoor ik ritselende plastic tasjes die geschikt en herschikt worden in het licht van een hoofdlampje. Gefluister klinkt om me heen in diverse talen. Gebroken sta ik op. En dit is pas de eerste nacht na pas een paar kilometer wandelen! Ik moet duidelijk nog even wennen aan het pelgrimsleven. De eerste albergue in mijn leven waar we slapen, was niet echt een succes. We hadden het ‘geluk’ dat in het dorp waar we wilden slapen het jaarlijkse dorpsfeest zou plaats vinden. Aan het eind van de dag kwam een grote truck het plein op rijden met een mega geluidsinstallatie die me de halve nacht heeft wakker gehouden. Toen de muziek eindelijk ophield, werd ik wakker gehouden door diverse snurkgeluiden in alle sterkten en snelheden. Pfff, opstaan dus maar.

Beneden in de hal trekken we onze schoenen aan. Les 1 uit de pelgrimswereld: schoenen staan altijd in de schoenenkast bij de deur of in de hal. Als het licht nog niet aan is en je de kast niet kunt zien, kan je hem in ieder geval meestal van een paar meter afstand al wel ruiken. Funny luchtjes komen je tegemoet. Naar frisse adem happend stappen we dus naar buiten de donkere kou nog in.

IMG_1714.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

Ondanks dat het september is, zijn de ochtenden nog fris. Ik rits mijn fleece vest hoog dicht en besef me dat ik mijn reishandschoenen vergeten heb mee te nemen. Gelukkig heb ik voor de rest mijn hele hebben en houwen in mijn backpack zitten. Als elke kilo telt word je behoorlijk creatief; 2 shirtjes, 2 paar sokken, een rokje en legging, afritsbroek, fleecevest, zonnehoedje, zonnebril en een minitoilettas. Dat is het wel zo’n beetje. Voor iemand die normaal elke dag in vol ornaat naar kantoor gaat een behoorlijke aanpassing maar lekker makkelijk is het wel. Het shirtje waar ik ’s nachts in slaap en als pyjama dienst doet, is ook steeds het shirtje waar ik de volgende dag in ga lopen. Kwestie ook van elke dag met de hand een wasje doen.

IMG_1625.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

In Burgos zagen we dat het nog 532 kilometer lopen is naar Santiago. Gaan dus! De zon komt langzaam tevoorschijn. De zonnebloemen langs de kant van de weg reageren hier enthousiast op. In de dorpjes onderweg houden we steeds even pauze voor een cafe con leche en of zumo de narancha. Meestal aangevuld met wat churros of tortilla de espanol. Daar waar we water kunnen bijvullen, doen we dat. Je wilt tenslotte niet zonder komen te zitten. Onderweg is het gebruikelijk om alle pelgrims, zowel de wandelaars als de fietsers te groeten. “Hola, buen camino” zeg je gemiddeld genomen zo’n 50 keer per dag.

IMG_1603.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

Na zo’n 100 kilometer wordt het landschap vlakker en dorrer. We zijn aangekomen op de Meseta, de Spaanse hoogvlakte. Een stuk wat door veel pelgrims wordt overgeslagen omdat het zo saai is. Ik vind het er echter prachtig. Je kunt kilometers ver kijken en heerlijk je gedachten op 0 zetten. En verder is het gewoon een kwestie van de ene voor de andere voet zetten en kilometers maken in de richting die de gele pijlen aangeven. De zon staat altijd op links. Bescherming is er niet. De dorpjes die we onderweg tegen komen, zijn heerlijke onderbrekingen. Opvallend is dat in zo ongeveer elke kerktoren een familie ooievaar huisvest. Grote nesten zijn kunstig op, in en aan de torens bevestigd.

IMG_1607.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

In Terradillos de los Templarios vinden we na een dag van ruim 35 kilometer lopen een albergue met een Nederlandse hospitalero. De albergues onderweg worden meestal bemand door tijdelijke vrijwilligers die vaak zelf ook een of meerdere pelgrimstochten gemaakt hebben. Inmiddels zijn we er ook achter dat pelgrimeren (ja echt waar; een werkwoord) verslavend werkt. Je wilt meer, verder, en opnieuw. De meeste mensen die we onderweg tegen gekomen zijn behoorlijk ervaren wandelaars. Het sportieve en fysieke lijkt vaak meer voorop te staan dan het religieuze of spirituele. Na het verorberen van het Menu del Peregrino belanden we met het halve dorp in een bar waar een voetbalwedstrijd tot in de puntjes in diverse talen geëvalueerd wordt onder het genot van een drankje met wat tapas. Snel gaan we terug naar de albergue. Het is toch wel de bedoeling dat rond 23.00 uur het licht uit is en iedereen probeert te slapen.

IMG_1636.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

De omgeving wordt inmiddels weer wat groener en het wordt wat drukker onderweg. Van de stoffige grindpaden zonder auto’s gaan we weer richting het asfalt. De eerste grote stad is in aantocht: Leon. Ineens zie ik een reclame bord op doen langs de kant van de weg van El Corte Inglais. Vreemd; enthousiast word ik er niet van. Ik loop tenslotte al dagen in mijn pelgrims kloffie met stoffig en vet haar. Shoppen sla ik dit keer maar over. Verder zit ik in Leon vooral veel op terrasjes met m’n been omhoog op een stoel. M’n knieeen zijn wat dik en ontstoken. De apotheek biedt ook uitkomst. Met een verse voorraad pleisters, diclofenac en ibuprofen gaan we weer naar buiten. Ook trakteren we ons zelf op een hotelkamer. Wat een luxe. Een groot bed voor ons tweeen en een eigen wc en douche. Het is even heerlijk bijkomen en de tijd nemen om wat blaren door te prikken. De camino roept echter; de volgende dag weer vroeg opstaan. De dorpjes liggen nu wat dichter op elkaar. Gelukkig kunnen we wat vaker pauze houden. Hoef ik ook niet steeds achter bosjes plaspauzes meer te houden maar kan ik gewoon in een toilet terecht.

IMG_1812.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

We merken aan alles dat we een stuk dichter bij Santiago zijn gekomen. Inmiddels zijn we bekend met het fenomeen ‘Jacobstaxi’. Dit zijn taxi’s die rugzakken vervoeren, geen passagiers. Bedoeld voor de pelgrims voor wie de rugzak te zwaar is geworden. Of voor de verwende pelgrims zoals wij het noemen. Ook neemt het niveau van de albergues toe. Of misschien beter gezegd het verschil in kwaliteitsniveau. Het meest primitief zijn de donativo albergues. Deze zijn in theorie gratis en als je kan/wilt betalen laat je wat achter. Ook wordt hier vaak gezamenlijk gekookt. Dan zijn er de albergues die tussen de 5 en 10 euro kosten en waar je al wel iets luxe kunt verwachten maar nog wel meestal vanuit de gemeente of de kerk gerund worden. Verder nog de private albergues die nog wat duurder zijn en dan komen we in eens in dorpjes terecht waar je ook privé kamers kunt krijgen. Alle waar heeft zijn prijs zeg maar. Ook krijgen we te maken met het fenomeen reserveringen. Voor ons is de camino een groot avontuur en laten we alles op ons af komen. Dat is de charme van het pelgrimeren. Dus aan reserveringen doen we niet. Maar blijkbaar denkt niet iedereen hier hetzelfde over. Zo kan het voorkomen dat jij na 25 kilometer wandelen aan het eind van de dag 5 kilometer verder moet lopen naar het volgende dorp omdat een groepje een reservering heeft gemaakt en die dan doodleuk met de taxi voor de deur afgezet worden….

IMG_1700.a76ef047d8d24c03823acdf41c4ee7c8

Na een dag of 10 zit de eerste 250 kilometer er bijna op. Gaandeweg is het landschap wat heuveliger geworden wat het er voor ons vlaklanders niet makkelijker op maakt. Gelukkig dient de volgende grote stad zich aan en gaan we het er weer even van nemen. We komen aan in Astorga, het breekpunt van onze Camino. Uren lang zit ik te genieten op een terrasje op het plein en geeft ik mijn voeten rust. Voor mij ligt de schitterende kerk die Gaudi ontworpen heeft. Figuurlijk liggen voor mij nog 250 kilometers die ik moet overbruggen om de kathedraal in Santiago de Compostella te mogen aanschouwen. Enjoy life!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s